Dana en retraites

Het beoefenen van dana bij retraites roept regelmatig vragen op en soms ook een gevoel van ongemak bij gever of ontvanger. Als SIM-bestuur willen we met deze beschouwing en een rekenvoorbeeld graag bijdragen aan hoe je je daarmee op een juiste manier kunt verhouden. Dana is namelijk een essentieel onderdeel van de boeddhistische beoefening in het algemeen, en van het deelnemen aan retraites in het bijzonder. Het is een mogelijkheid om vrijgevigheid te beoefenen. Maar het is ook de manier waarop wordt voorzien in het levensonderhoud van leraren en retraitebegeleiders.

Omdat er in het Westen maar zeer beperkt ervaring met dana is, in tegenstelling tot Azië, is het een extra uitdaging om hier een juiste traditie van dana te ontwikkelen.

Wat is dana?

Dana is een woord uit het Pali en wordt vaak vertaald als ‘vrijgevigheid’, ‘vrijwillig geven’ of ‘donatie.’ Vrijgevigheid wordt binnen het boeddhisme gezien als een belangrijk aspect van spirituele groei en transformatie.

Dana voor retraites

Bij SIM-retraites hebben we afgesproken dat leraren geen geld vragen voor de begeleiding. Er wordt voor de retraite alleen een bedrag in rekening gebracht voor onkosten als huur van het centrum en het eten, en de reis- en verblijfskosten van leraren en begeleiders. Het organiseren van de retraite en het begeleiden van het meditatieproces is dan op basis van dana. Een van de redenen hiervoor is dat de Dhamma, de leer van de Boeddha, onbetaalbaar is. Daarbij worden zowel degene die de retraite organiseren als de deelnemers, uitgenodigd om vrijgevigheid te beoefenen. Degene die de retraite organiseert doet dit onvoorwaardelijk, zonder een bepaalde verwachting. Dana voor de organisator is dan ook geen vergoeding voor de verleende diensten, maar een gift vanuit het hart. Er wordt op iedere retraitedeelnemer een beroep gedaan om vanuit het hart dana te geven voor de leraar en begeleider.

‘Kunnen jullie een indicatie geven?’

Een uitdaging in het Westen is dat we zo weinig ervaring hebben met dana. In Azië zijn mensen ermee opgegroeid en zijn families en gemeenschappen samen verantwoordelijk voor het levensonderhoud van kloosters en individuele nonnen en monniken. In Nederland krijgen retraitebegeleiders dan ook vaak de vraag: ‘Kunnen jullie een indicatie geven van hoeveel dana ik moet geven?’ Dit brengt de leraar/begeleider in een lastig parket. Ten eerste is het onvoorwaardelijk geven van de retraite ook voor de leraar/begeleider een onderdeel van de eigen beoefening, en het geven van een indicatie hoeveel geld deze zou willen ontvangen is daarmee tegenstrijdig. Ten tweede verstoort het geven van een indicatie door de leraar/begeleider, de eigen individuele reflectie van degene die een retraite volgt over de vraag ‘wat betekent vrijgevigheid voor mij?’. Kortom, de leraar/begeleider zal in het algemeen niet ingaan op het geven van een dergelijke indicatie.

Dana-traditie bevorderen

Daarom is het voor de SIM belangrijk om de juiste traditie van dana in Nederland te bevorderen, door uit te leggen wat dana is en hoe je daar over na kunt denken. Ook willen we bijdragen aan een kader voor leraren/begeleiders, zodat ze zich volledig kunnen wijden aan de dhamma en het begeleiden van retraites. Dat betekent, zoals we dat in Nederland ook deden en doen met predikanten en priesters, dat onze leraren/begeleiders voldoende inkomsten zouden moeten ontvangen uit de retraites die zij organiseren (zodat ze er niet nog perse een betaalde baan op na zouden moeten houden).

Toch is het begrijpelijk dat retraitedeelnemers niet 1-2-3 kunnen bepalen wat passende dana is, omdat er veel factoren een rol spelen. Om een beter begrip hiervan te bevorderen, hier een rekenvoorbeeld.

Rekenvoorbeeld voor een retraite met twee begeleiders

In een typische retraite is er één begeleider (leraar) en één assistent. Bij SIM-retraites werken de begeleiders op basis van dana. De assistenten niet, maar zij mogen kosteloos aan de retraite deelnemen. Als inkomensmaatstaf nemen we het modale Nederlandse inkomen van € 44.000 per jaar in 2024, oftewel bijna € 3.700 per maand. Hiervan betalen de leraar/begeleiders ook belasting, net als iedereen. Als ze in een maand € 3.700 aan dana ontvangen, houden ze daar netto ongeveer € 2.900 aan over. Voor huisvesting, energie, eten, reiskosten, net als elke andere Nederlander.

De begeleiders geven niet elke dag van de maand een retraite. Gemiddeld is dat ongeveer 10 dagen per maand. Dat kan 1 lange retraite van 10 dagen zijn, maar het kunnen ook 2 korte en 1 langere retraite van 5 dagen zijn. De rest van de tijd wijden ze aan studie, individuele begeleiding van mensen die daar behoefte aan hebben, enzovoort. Ze nemen ook ‘weekend’. Hoe het ook zij, in die 10 dagen retraite per maand, zou een leraar/begeleider dus € 3.700 moeten ontvangen, om op het modale inkomen te zitten. Per retraitedag is dat € 370 vanuit de hele groep retraitedeelnemers. Gemiddeld zijn er op een retraite 15 deelnemers. Dat betekent uiteindelijk dat dana nodig zou zijn van iets minder dan € 25 per retraitedag per deelnemer.

Geen richtlijn – wel oefening

Samenvattend zou een retraitedeelnemer dus uit mogen gaan van € 25 aan dana per retraitedag. Deze € 25 per dag is echter geen richtlijn – het is een berekening op basis van gemiddelden, en een handreiking voor hoe om te gaan met een traditie die in het Westen geen gemeengoed is. Maar de ene retraite is de andere niet. Soms zijn er meer, soms minder deelnemers. En de ene deelnemer is de andere niet. Voor sommigen is € 25 per dag een onoverkomelijk hoog bedrag. Anderen kunnen het zich makkelijk permitteren of zelfs een hoger bedrag geven. Wat dan weer compenseert voor de lagere bijdrage van andere deelnemers. En soms zijn er twee begeleiders, dit is vaak het geval bij een bezoek van een buitenlandse leraar, die de retraite samen geeft met een Nederlandse begeleider. Beiden ontvangen dan dana. En dan komen we weer terug bij waar het om ging: de beoefening. De dana-beoefening nodigt ons uit te geven vanuit het hart, met inachtneming van de behoeften en mogelijkheden van de leraar/begeleider, de mede-retraitedeelnemers, de sangha, en onszelf. In die balans komt vanzelf de juiste dana tot stand.

Vreugde in geven en ontvangen

Vrijgevigheid gaat twee kanten op. Er is een gever en een ontvanger. Het is de oefening om zowel de vreugde te ervaren van het geven als van het ontvangen. Kunnen we de vreugde ervaren van het onvoorwaardelijk geven? En kunnen we ook vreugde ervaren bij het ontvangen? Het beoefenen van dana is dan ook een kwaliteit waarmee we kunnen oefenen en waar we in kunnen groeien. En de dana na een retraite is daar een vitaal onderdeel van, voor de deelnemer en voor de leraar/begeleider.

Wij wensen je veel danavreugde en -oefening toe!